Mijn moeder werd geboren in 1940, in een wereld die nog trilde van oorlog.
Haar eerste levensjaren waren doordrenkt van angst en onveiligheid . Een onzichtbare schaduw die haar hele leven met haar mee zou reizen. Als oudste van acht kinderen leerde ze al vroeg wat het betekende om te dragen. Zorgen werd geen keuze, maar een vanzelfsprekendheid. Haar kleine handen hielpen in het huishouden, haar jonge hart droeg verantwoordelijkheid voor haar broertjes en zusjes. Zelfs wat van haar was, mocht ze niet houden. Haar zelfverdiende geld moest ze afstaan, want er was tekort. Maar ergens, diep van binnen, bleef een stukje van haar vrij. Ze vluchtte in boeken, naar sprookjes, naar romantiek, naar koningshuizen. Daar, in die werelden, vond ze kleur, zachtheid en hoop. Waar het leven haar geen veiligheid gaf, deden haar dromen dat wel. Ze leerde zichzelf weg te cijferen. De ander eerst. Altijd. En zo werd zorgen haar taal van liefde.

Na de oorlog bleef de angst nog lang hangen. Ze wilde niet naar school, haar moeder was er niet altijd, verloren in haar eigen strijd. Mijn moeder droeg meer dan een kind zou moeten dragen. Tot mijn vader kwam. Hij werd haar anker. Bij hem vond ze iets wat ze nooit echt had gekend: veiligheid. Maar in haar leven lag ook een stil verdriet. Twee kinderen die niet mochten blijven. Twee levens die er even waren… en weer gingen. In die tijd was daar weinig ruimte voor. Geen woorden.
Geen bedding voor rouw. Alleen een leegte. Een gemis dat geen plek kreeg, maar wel bleef bestaan.

Daarna kwamen er twee kinderen.
Ik was de oudste. Mijn moeder gaf zich volledig aan het moederschap. Zorgen was wie ze was geworden. Het gaf haar betekenis. Het gevoel nodig te zijn werd haar bestaansrecht. Aan de buitenkant waren wij een gewoon gezin. Het ontbrak ons aan niets. Maar vanbinnen… was er iets wat niet zichtbaar was. Mijn ouders konden ons materieel geven wat nodig was,
maar emotioneel waren ze zelf nog zoekend. En ergens daar is mijn verhaal al begonnen….
Vanaf mijn geboorte droeg ik, ongemerkt, iets wat niet van mij was. De zwaarte van mijn moeder. Haar verdriet. En ook dat stille, naamloze gemis van de kinderen die er niet kwamen. Alsof ik, zonder het te weten, iets wilde goedmaken wat nooit goed te maken was. Alsof ik wilde vullen wat leeg was gebleven. Niet omdat iemand het van mij vroeg, maar omdat ik het voelde.

Toen mijn vader stierf voelde ik haar pijn. Haar eenzaamheid. Het niet weten waar haar plek was. De leegte in haar hart. En zonder dat iemand het uitsprak, maakte ik een belofte: Ik zal dit voor jou dragen. Ik ging harder mijn best doen. Meer geven. Meer zorgen. Meer zijn voor haar. Maar wat ik niet wist, is dat sommige leegtes niet gevuld kunnen worden door een ander. Ik droeg een verantwoordelijkheid die nooit van mij is geweest. En diep in mij werd een overtuiging gegrift: Liefde betekent geven. Aanpassen. Er zijn voor de ander, ten koste van jezelf. Ik werd mijn moeder. En het brak me. Het deed pijn om haar zo te voelen. Haar verdriet ging door merg en been. Haar eenzaamheid werd ook de mijne. Tot mijn lichaam stop zei. Ik raakte uitgeput. Moe tot in mijn ziel. Depressieve gevoelens en ziekte brachten me tot stilstand. En daar, in die stilte, kwam een waarheid die ik lang niet durfde te zien: Ik voelde weerstand. Zelfs afkeer. En dat toelaten… was misschien wel het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan.

Maar langzaam begreep ik: Ik had geen hekel aan mijn moeder. Ik had pijn over de rol waarin ik telkens weer terechtkwam.
De rol van degene die draagt. Die redt. Die zichzelf verliest. Mijn hele systeem kende maar één waarheid: Ik moet er voor jou zijn, anders ben ik niet goed genoeg. Plicht. Loyaliteit. Zo hoort het. Maar tegen welke prijs? Als ik minder geef…
ben ik dan nog een goede dochter? Het leven gaf me geen zacht antwoord, maar wel een eerlijk antwoord. Nee…
Niet als ik mezelf daarin verlies. En zo begon mijn weg terug. Ik leerde dat echte liefde niet betekent dat je jezelf opgeeft. Maar dat je aanwezig blijft. Ook bij jezelf. Dat kiezen voor jezelf niet egoïstisch is, maar noodzakelijk. Dat ik mijn moeder kan liefhebben, zonder haar last te dragen. Dat haar leegte niet de mijne is om te vullen. En dat ook dat stille verlies… niet door mij gedragen hoeft te worden.

Ik nam mijn plek terug. Stap voor stap. Niet door mijn hart te sluiten, maar juist door het open te houden voor haar én voor mij. En misschien is dat wel de diepste beweging: Dat ik deze weg niet alleen voor mezelf loop, maar ook voor mijn dochters. Mijn dochters… krachtige vrouwen, elk op hun eigen manier. Ook zij hebben hun uitdagingen gekend.
Hun eigen pijn, hun eigen zoektocht. En nog steeds zijn ze onderweg. Maar wat ik in hen zie, raakt me diep. Dat zij heel bewust kiezen. Kiezen om te groeien. Kiezen om eerlijk te kijken naar zichzelf. Kiezen voor authenticiteit. Voor liefde. Zij dragen iets in zich wat vrijer is. Bewuster. Zuiverder van deze oude last. Ik voel een diepe dankbaarheid voor hen. Omdat ik zie dat wat generaties lang is doorgegeven, bij hen al aan het veranderen is. Zodat zij niet hoeven te dragen wat niet van hen is. Zodat zij mogen voelen, kiezen en leven  vrij….Ik ben een schakel in een lijn van vrouwen.

En hier…precies hier…verandert het verhaal.

De manier waarop we geboren worden, heeft invloed op hoe we ons later voelen en verbinden met anderen. Het is waardevol om meer aandacht te hebben voor wat er rond de geboorte gebeurt. Dat kan helpen om gedrag en lichamelijke klachten met meer begrip en zachtheid te bekijken. Dit verhaal komt uit mijn praktijk, van een client die graag haar ervaring wil delen om anderen te helpen en te inspireren. Wil je graag zelf je eigen verhaal delen en onderzoeken? Dan ben je van harte welkom in mijn. praktijk.

Van hart tot hart….